Kaart van Klerken in 1686

Volg hier de ontwikkeling van de Kaart van Klerken in 1686 die hoort bij het Terrier der Prochie van Clercken – 1686.

Versie 11 – 23 april 2024 De kaart is klaar voor gebruik – Klerken, de parochie met boomgaarden

Met de eerste complete versie van de kaart hebben we een nauwkeurigheid van hoger dan 95%, met slechts enkele afwijkingen in de relatief lege gebieden tussenin. Bij deze update hebben we de percelen met meervoudig type landgebruik verder ingekleurd op basis van de beschrijving in het Terrier der Prochie van Clercken 1686. Dit levert volgend resultaat dat de toenmalige indeling en het gebruik ervan vrij goed samenvat.

Kaart van de Parochie Klerken in 1686 met 1022 percelen ingekleurd volgens landgebruik. Onderaan de noordelijke rand van het toenmalige Bos van Houthulst

Klerken ziet er vooral landelijk en leeg uit. In 1686 zijn er slechts 194 eigenaars (al dan niet in onverdeeldheid), en wonen er 140 pachters in 140 huizen, hofsteden en gebouwen. Deze bewoning is exclusief vrijstaand, gespreid over de hele parochie. Er zijn slechts enkele “clusters” van gebouwen, met name rond de kerk zien we 7 huizen, en herberg de Oude Sint-Jacob er recht over. ook bij het latere Ter Smisse, – in 1686 was dit nog ter Laene -, staan er 6 huizen, de smidse en herberg de Cavalier. Iets noordelijker langs de toenmalige Slijpstraete en de nog niet vol gedefinieerde Sarrne voetwegh (de voetweg naar Zarren) vinden we ook nog 8 hofsteden/huizen niet te ver van elkaar. Al de rest staat gespreid over de hele parochie.

Enkele andere opvallende vaststellingen:

  1. Land (in grijs) is de grootste toepassing, d.w.z. land voor landbouw van toenmalige oude en nieuwe teelten. Zaailand is een aparte categorie hiervan (schuine groene arcering op grijs).
  2. Veel percelen zijn ook deels bos (donkergroen), vooral in Houck 7 en 8 in het zuiden, maar ook in de noordelijke helft van de parochie. Bos is hoofdzakelijk bos en veld (effen donkergroen). Hier en daar vinden we ook boombos en elserie, dus bosbouw voor productie van hout en ander materiaal.
  3. In blauw zien we beken die water kunnen afvoeren: naar de Blankaart en de IJzer naar het westen; of naar de Handzamevaart en de IJzer naar het oosten. De meeste van die beken worden in 1686 nog niet als beek beschreven (de inkleuring ervan is zuiver indicatief, op enkele stukken na). Maar al deze lagere zones waren toen bijna uitsluitend meersen (licht geelgroen), al dan niet met grasland (lichtgroen), veld of bos ernaast.
  4. We tellen 140 huizen en hofsteden (waarvan 9 met een naam), al dan niet met stallen en occasioneel een schuur. Het onderscheid tussen huis en hofstede is niet altijd even duidelijk. Verder ook nog 4 herbergen, 2 molens, 2 smidsen, 2 brouwerijen, de kerk, de pastorij en de kosterij, die toen ook als school diende.
  5. 1 op de 2 huizen of hofsteden heeft een boomgaard ernaast of errond (groene bolletjes op grijs). In totaal tellen we 73 boomgaarden. Klerken was dus ook toen al een producent van fruit, zij het wellicht voor eigen gebruik. Er zijn ook een 5-10 tuinen, voor zover expliciet beschreven in het Terrier.

We hebben deze kaart intussen ook voorzien van inkleuring om zowel eigenaars als pachters te herkennen. Dat is op de overzichten hieronder te zien. Sommigen zijn zowel pachter als (deels) eigenaar, maar meestal is men of eigenaar, of pachter. Zoals eerder in de Bevolkingsreconstructie beschreven, waren er zowel grote pachtboeren met 10, 20, of zelfs meer dan 50 ha pachtgrond, als kleine huisjeshuurders met slechts 56m², en alles daar tussenin. Net geen 100 ha ligt vague, dus door niemand uitgebaat, maar nog heel wat verpacht land lag deels vague en was dus nog in ontwikkeling.

Kaart van de Parochie Klerken in 1686 met 1022 percelen ingekleurd volgens de 194 landeigenaars (sommige in overdeeldheid)
Kaart van de Parochie Klerken in 1686 met 1022 percelen ingekleurd volgens de 140 pachters

Dit alles zal pas echt tot leven komen in een aanklikbare kaart zoals het nu werkt binnen QGIS, maar dan online, of in kaarten waarop kan worden ingezoomd, en uitgelezen wat precies van elk perceel bekend is. Hieraan wordt nu gewerkt. Een volle online-versie is tot nu niet gelukt. QGIS en de plug-in applicaties die hiervoor dienen blijken niet altijd feilloos op elkaar afgestemd. Maar dat komt dus wel.

Maar alvast een voorsmaakje hiervan, met de percelen uit Houck 1 en 8, gelegen in de ZW-hoek van de parochie, net ten noorden van het Bos van Houthulst:

  • Links: volgens landgebruik
  • Midden: met inkleuring van de eigenaars
  • Rechts met enkel inkleuring van de percelen gepacht door een de Brune:
    • N°1012 Pieter en Jan de Brune (zonen van Jan de Brune, senior en Joanna Leclaire, de al overleden jubilarissen);
    • N°126, N°1013 en N°1014 hun broer Claeys de Brune;
    • N°931 en N°1005 Catherine de Brune, Fa. Jan; en
    • N°1003 Laurentia de Brune, nog een zuster, gehuwd met Lucas Tytgadt (zijn moeder Barbera Joncheers, Va. Francis Tytgadt, woont er naast op N°1004).

V10 – 21 maart 2024 De eerste complete versie. Het is gelukt. Een eerste complete versie van de kaart Klerken 1686 is beschikbaar. Alle percelen uit het Terrier der Prochie van Clercken – 1686 zijn ingetekend.

Dit omvat niet alleen alle 1022 percelen in de 8 houcken van het Klerken van 1686, maar ook al een eerste inkleuring naar primair gebruik. Ook zijn de enkele percelen geïdentificeerd die in 1747 aan Esen werden toegewezen, maar in 1686 bij Klerken waren meegerekend..

De ligging van de toenmalige straten, dreven en laantjes, blijkt bij nader inzien toch significant anders te zijn dan 90 of 160 jaar later op de Ferrariskaart (1774) of de Poppkaart ‘(1846). Dit was bij het opstellen van de Transcriptie van het Terrier niet opgevallen. Belangrijkste verschillen zitten bij de toenmalige Noord-Touroutstraete die in Zarren samenkwam met de toenmalige Zuid-Touroutstraete. Enkel deze laatste bestaat vandaag nog als Torhoutstraat. De eerste is voor een groot deel verdwenen, en de nog bestaande stukken zijn van naam veranderd. De huidige Molenweg was in 1686 nog onbestaande. In 1774, en later in 1846 was dat de Slijpstraete geworden. Maar er zijn nog veel meer verschillen. De evolutie hierin, en het latere snelle verbindingen met Zarren en het nieuwe centrum Houthulst, was iets dat pas na 1850 echt voortgang maakte. Dat is op zich een apart verhaal, dat dankzij deze analyse een extra dimensie krijgt..

De ligging van beken en grachten, en de hellingen van vandaag waren belangrijke referenties bij het identificeren van percelen. Ze komen nu nog beter in beeld, omdat we daar ook veel meersen en grasland terugvinden (in variaties lichtgroen op de kaart). Het landgebruik van 1686 was in eerste instantie (akker- of zaai-)land (grijs) of bos (groen), met bij zo goed als elke hofstede een boomgaard (groene spikkels op grijs). Deze laatste zijn in deze versie van de kaart soms te genereus ingekleurd , of in de meeste gevallen nog niet te zien, omdat ze een deel van wat anders zijn.

De volgende stap is alle percelen in detail controleren op omschrijving, landgebruik, ligging t.o.v. percelen OZWN, oppervlak en vorm, en de inkleuring binnen percelen verfijnen, zodat stukjes bos, grasland, meers, boomgaard enz. meer precies worden weergegeven. Dit zal het totaalbeeld niet spectaculair veranderen, maar toch veel extra informatie bieden. Terzelfdertijd kunnen we ook enkele pijnpunten trachten op te lossen. Bij het afronden van de perceelidentificatie bleken aaneensluitende percelen van eenzelfde eigenaar soms verschillend opgesplitst dan wat we in de Popp-kadasterkaart van 1846 vinden. Dit is in deze versie grotendeels opgelost, maar er resten nog een vijftal punten waar het beter kan.

Verder moeten we bij deze controle ook de inkleuring van huizen en hofsteden verbeteren. Het interessante is dat we , eens ze er allemaal op staan, meteen ook de bewoners van toen kunnen koppelen aan deze woningen. Deze gegevens kennen we immers uit de voorlopige versie van de Bevolkingsreconstructie van de Parochie Klerken 1686, die eerder op deze pagina’s werd gepubliceerd.

En, u snapt het al, volgende stap is deze kaart online brengen, zodat u er zelf ook mee aan de slag kunt gaan. En meteen daarop ook de Bevolkingsreconstructie van de Parochie Klerken 1686 in een finale versie omvormen, inbegrepen een gedetailleerde index en interactie met deze kaart.

V9 – 24 februari 2024 De kaart Klerken in 1686 wordt stilletjes aan compleet: 836 van de 1022 percelen zijn geïdentificeerd en ingetekend, boven op de Popp-kadasterkaart van 1846. Inkleuring hieronder is nog steeds op basis van het hoofdgebruik: land, bos, grasland, meers, hofplaats, boomgaard, enz. Meer detail volgt zodra de volledige versie er is.

Wat nog rest zijn stukken met hoofdzakelijk landbouwgrond weg van de toenmalige straten. Er was heel wat herverdeling van percelen tijdens de 160 jaar tussen het Terrier van 1686 en de Popp-kadasterkaart van 1846. De grootste landeigenaars van 1686 bezaten veel aanpalende percelen. Vier of meer generaties verder waren veel van die aanpalende percelen in andere handen beland, al dan niet na herverkaveling. Ook de (gedeeltelijke) privatisering van kerkelijk landbezit tijdens de 20 jaar Franse annexatie (1794-1814) leidde tot verdere verkaveling. Daar bovenop vinden we occasioneel omruiling van percelen. Een gedetailleerde beschrijving van dit alles is niet voor meteen, maar we streven naar de best mogelijke interpretatie. Gelukkig zijn er nog steeds makkelijk herkenbare percelen die telkens weer als referentiepunt dienen.

De nauwgezette beschrijving van elk perceel door landmeter Pieter de Vos biedt het meeste houvast. Kennis van lokale landschapselementen (grachten, beken, enz) helpt ook. Op de kaart zien we dat meersen en grasland dicht bij die waterrijke zones lagen, wat logisch is. Ook stukken bos lagen vaak kort bijeen.

Wat verder vooral opvalt is de zeer gespreide verdeling van huizen en hofsteden (de rode stipjes op de kaart hierboven). In het Terrier van 1686 zijn er 140 vermeld. 160 jaar later, in 1846, waren er dat al vele malen meer. Maar de toename hiervan gaat samen met de sterke bevolkingsgroei van de 18de eeuw, en het ontstaan en de uitbreiding van de boskantergemeenschap die leidde tot de oprichting van de parochie Houthulst midden 19de eeuw. Maar dit verhaal en eventueel bijbehorende kaart is een verhaal voor later.

Intussen hebben we ook een extra tool ontwikkeld om na te gaan hoe dicht deze analyse bij de toenmalige beschrijving aansluit. Voor elk perceel kunnen we de oppervlakte in het Terrier van 1686 (in gemeten, lijnen en roeden) omrekenen naar m². In QGIS berekenen we makkelijk de precieze oppervlakte van het overeenstemmend perceel op de kaart. Buiten wat nieuwe wegen, en eventuele fouten van de toenmalige landmeter, zijn de vierkante meters van toen nog dezelfde als die van vandaag. De afwijking tussen beide oppervlaktes moet zo minimaal mogelijk blijven. De meeste geïdentificeerde percelen zitten ruim onder de 5% marge in de gereconstrueerde kaart. Grotere afwijkingen zien we vooral bij kleinere percelen, waar kleine interpretatieverschillen vanzelf tot een grotere procentuele fout leiden. De huidige stand zit dus goed, op enkele probleemgevallen na.

V8 – 10 februari 2024

Het gaat goed vooruit, met 700 van de 1022 percelen ingekleurd. Gaten ertussen worden kleiner. Maar bij het opvullen ervan compliceert de herverdeling van percelen van grote landeigenaars de interpretatie.

De landmeter van 1686 werkte wel systematisch. Ieder volgend perceel paalt ergens aan het vorige. De virtuele zigzag wandelroute over de verschillende houcken is tot nu nergens onderbroken. Wel botsen we dus op knelpunten hier en daar. De tekstverwijzingen naar wat O, Z, W en N ligt zijn meestal eenduidig te interpreteren, maar naast het aanpalende perceel zijn de benoemde percelen vaak veel eerder aan bod gekomen, of komen ze pas veel verder aan bod, bij een volgende lus van de virtuele wandelroute. En met landeigenaars die alom percelen bezitten is het dus de kunst te bepalen welk perceel precies bedoeld wordt als aanpalend. Per houck blijkt het noorden ook niet altijd pal N te liggen zoals we dat vandaag begrijpen. Maar eens de hoofdoriëntatie van een houck bekend, blijkt die wel consequent toegepast.

Bij het verder invullen van resterende open stukken wordt gewerkt vanuit beide richtingen: vooruit en achteruit wandelend. Met nog een tiental gaten is er ruim voldoende vrijheid om, bij vastlopen, aan een ander stuk verder te werken.

Heel wat percelen zijn nu op de kaart als land ingekleurd (grijs), maar dat is voorlopig. Grotere stukken landt zijn meestal slechts deels (akker)land. Dat land is volgens de beschrijving in het Terrier ook vaak opgesplitst in stroken die NZ of OW liggen. En het omvat meestal ook stukken meers, bos, grasland, vijvers, waterputten of andere elementen. Rond de vele hofsteden en huizen ligt ook bijna altijd een boomgaard. Er zijn verder nog (split)haeghen en binnenliggende of aanpalende dreven en uijtweghen. Deze laatste zijn al toegevoegd, maar inkleuring van de percelen zelf wordt later een aparte laag op de kaart. Zoals eerder uitgelegd, geeft deze lezing intussen wel inzicht over hoe wegen in 1686 verschilden van later, en van nu.

Samen zal verder inkleuren het beeld veel groener maken. Er was bos alom, vooral in de onderste helft met Houck 7 en Houck 8, gelegen ten noorden van het Vrijbos dat toen ruim 1850 ha groot was.

V7 – 29 januari 2024 – Met 533 van de 1022 percelen zijn we nu ruim over de helft van de reconstructie van de Kaart Klerken in 1686. Niet slecht, maar dus nog 489 te gaan.

Het beeld met de toenmalige ligging van wegen (en de naamgeving ervan in 1686), met beken, of de voorlopers ervan in 1686, hellingen enz wordt al wat completer. Een eindversie ervan is wel nog niet voor meteen.

Veel eigenaars hadden in 1686 grote aantallen percelen in bezit. In 1846 (op de Popp-kaart) zijn deze zo goed als allemaal in handen van andere eigenaars, geërfd of verkocht, in hun geheel of als delen. Alleen percelen van Kerk en Armendis zijn dikwijls nog in dezelfde hand. Aansluitende percelen van 1686 zijn intussen vaak op een andere manier ingedeeld, dus feitelijk herverkaveld. Dat maakt interpretatie moeilijker. ook de vaststelling dat de windrichtingen N-O-Z-W toen ruim werden geïnterpreteerd bij de omschrijving van een perceel in het Terrier der Prochie van Clercken 1686 maakt het niet eenvoudiger.

Maar het werken vanuit randen en vastliggende referentiepunten werkt wel. En roeden-lijnen-meters van toen zijn nog steeds hectaren of m² van vandaag. En percelen zijn soms een-op-een te herkennen in het Popp-kadasterplan van 1846.

V6 – 16 januari 2024 Intussen zijn 430 van de 1022 percelen geïdentificeerd, en volgens de meest waarschijnlijke ligging ingekleurd. Houck 2 (linksboven) is intussen compleet, maar het blijft puzzelen om alles in de meest logische vorm in te vullen. Het werken vanuit duidelijke herkenningspunten blijft het meest succesvol: straten, beken, molens, enz.

Opnieuw enkele verrassingen i.v.m. het toenmalige wegennet. Deze keer valt ook een groot deel van het Musselstraetje weg, met name het stuk dat later aansloot op de Slijpstraete ter hoogte van het latere Terrest.

Het wordt meer en meer duidelijk dat de herontwikkeling van Klerken na de Godsdienstoorlogen van eind 16de eeuw in 1686 nog helemaal niet was afgerond. Oude wegpatronen verdwijnen later, nieuwe komen erbij. Evenzo leerden we al uit rekeningen en de genealogische gegevens dat de langzaam groeiende bevolking snel omwisselde in dezelfde periode. Dat wordt wellicht ook een apart verhaal.

V5. 6 januari 2024 Intussen is ruim een derde van de percelen ingekleurd. Dit was wel het makkelijkste deel. Soms zien we dat grote aanpalende percelen van eenzelfde eigenaar in 1686 op een andere manier waren opgesplitst. Dat compliceert de identificatie.

De belangrijkste vaststelling is de tot nu onbekende ligging van de toenmalige Noort-Thouroutstraete. In 1686 was er zowel een Noort– als een Zuijt-Thouroutstraete die samenkwamen in Zarren richting Torhout. De Noort-Thouroutstraete kwam vanuit Woumen, de Zuijt-Thouroutstraete vanuit Merkem. Het is nog onduidelijk waar de Noort-Thouroutstraete precies liep in Houck 5. Later verdween dat stuk immers, en dus ook deze verbinding. Er zijn tot zover geen verdere sporen in het landschap te vinden. In de plaats kwam, ergens eind 17de of eerste helft 18de Eeuw, de Molenweg als extra NZ-verbindingsweg; op de Ferrariskaart van 1774 is deze er al.

Niet alleen het stratenplan is aangepast in deze update; ook enkele extra beken zijn ingekleurd. Ook de inkleuring van de percelen hebben we intussen verbeterd. Hoofdkleur is grijs (land), met (donker)groen voor bos, elserie(bos), boombos, en (licht)groen voor grasland, meers, enz. Boomgaard, tuin en zaailand worden grijs met aangepaste invulling. Later moeten (de grote) percelen met meerder types gebruik (land, meers, grasland, boomgaard, enz) verder ingekleurd worden.

V4. 31 december 2023 We hebben we ongeveer een kwart van de 1022 percelen geïdentificeerd. Nu ook de volledige noordrand en NW-rand van de toenmalige parochie.

Kleuren: geel-oranje gekleurde percelen zijn gemengd gebruik; groen is bos, veld of boombos; grijs is land; roze is meers. Huizen en andere gebouwen in rood.

V3. 28 december 2023 Eerste uitbreiding met een stuk van Klerken centrum en langs de Bouchoutstraete en Zuijt-Thouroutstraete. Het toenmalige stratenpatroon wordt ingetekende. Ook beken zijn dikwijls perceelsgrenzen en worden dus bij benadering ingetekend.

V2. 26 december 2023 Eerste uitbreiding van de zuidelijke rand van de Parochie Klerken – 1686

V1. 20 december 2023 We hebben ruim 60 percelen aan de noordrand van het Bos van Houthulst geïdentificeerd