Het verhaal hieronder gaat over de Ferrariskaart die binnenkort opnieuw wordt gepubliceerd. Uitgeverij Lannoo brengt terzelfdertijd ook een wandelgids uit, waaraan ik een bijdrage mochten leveren. We bespreken kort hoe de wandeling Houthulst ontstond, en gaan dan verder met een beschrijving van hoe Klerken en het Vrijbos in 1773-74 op de Ferrariskaart werden ingetekend.
Midden juni publiceert Uitgeverij Lannoo “Op stap met historische kaarten van Ferraris”, een boek met 20 wandelingen in België op het ritme van de 18de eeuw. Dit boek wordt later dit jaar aangevuld met de volledig herwerkte uitgave van “De Grote Atlas van Ferraris – De eerste atlas van België” op schaal 1:24000. Naast deze historische atlas volgt er ook een actuele Topografische Atlas van België op schaal 1:25000. De drie boeken verschijnen ook in het Frans bij de uitgeverij Racine.


“Wandelen naar het verleden van België” is geen saaie historische uiteenzetting, maar een boeiende en actieve duik in het erfgoedverleden van België, voor liefhebbers van wandelen, erfgoed en cartografie. Onder de vleugels van Histories zijn twintig heemkundigen op pad gegaan op zoek naar zichtbare sporen van wat er op de kaarten van graaf de Ferraris af te lezen is. Elke heemkundige heeft een wandelroute uitgestippeld langs de interessantste erfgoedplekken van zijn regio. De wandelingen worden overzichtelijk in kaart gebracht en gespiegeld aan de overeenkomstige Ferrariskaartbladen.
Voor deze wandelgids tekende ik de wandeling met Houthulst als basisthema: “Tussen Vrijbos, dorpsschoon en oorlogsrelicten“. Ik stelde deze wandeling op met praktische input van het bestuur en de de dienst van cultuur en toerisme van Houthulst. Dit zorgde er voor dat een wandeling met variatie in zowel landschap en geschiedenis kon worden opgesteld.
Tijdens de wandeling verken je een landschap dat op het eerste gezicht fundamenteel verschilt van wat de Ferrariskaart toont. In 1777, toen de kaart werd afgewerkt, bestond Houthulst immers nog niet. Wel sinds eeuwen aanwezig: het Bos van Houthulst, ofte het Vrijbos. Ten noorden van het Vrijbos lag een landbouwgebied, waar een groeiende gemeenschap van arme boskanters woonde. Het Vrijbos werd vanaf 1830 geprivatiseerd en deels gekapt. Aan de rand van het bos ontstond Houthulst. Tijdens de Eerste Wereldoorlog kwam Houthulst pal in de frontlinie te liggen. Zowel het dorp als het bos werden volledig verwoest, maar al snel na de oorlog verrezen dorp en bos als feniksen uit hun as. Deze wandelling gaat zoveel mogelijk over wegen die op de kaart van 1777 te zien zijn. Je ontdekt gaandeweg hoe het Houthulstse landschap door de eeuwen heen veranderde. Anderzijds zul je vaststellen dat er verrassend veel elementen die de Ferrariskaart vermeldt, nog altijd te zien zijn. In de wandelgids wordt dit verder aangevuld met historische achtergrond en beschrijving van oude en nieuwe bezienswaardigheden.
Alvast een sneak-preview van de wandeling met start en aankomst op de Markt van Houthulst. De wandeling omvat twee lussen, die bij elkaar aansluiten bij het startpunt: een noordelijke lus van 8.7 km, en een zuidelijke lus van 6.9 km. Je kan die lussen ook afzonderlijk wandelen. Voor het volledige werk en 250 jaar historische achtergrond: gebruik de wandelgids.


Maar hoe werd de kaart van Graaf de Ferraris opgesteld in 1771-1777? Weten we ook wie ter plaatse opmetingen deed? Of hoe in die periode gewandeld en gemeten werd toen men de kaart opstelde? En hoe ging dat in de toenmalige parochie Klerken? En met het Vrijbos?
We gaan hier niet in op het toekennen van de opdracht aan Graaf de Ferraris, of de precieze uitvoering van het project. Daar kan de geïnteresseerde lezer beter de recente doctoraatstudie van Dr. Soetkin Vervust op nalezen: De Ferrariskaarten ontleed (1770-1778) – Een onderzoek naar het cartografisch productieproces en de
impact ervan op de geometrische nauwkeurigheid (Universiteit Gent; 2016). Daar vinden we ook de periode waarin de landmeters en ingenieurs van dienst ter plaatse zijn langs gekomen. De kaartdelen N°9 en N°10 waarop Klerken-Houthulst en het Vrijbos staan werden in 1774 afgewerkt en afgeleverd in Wenen. Opmetingen werden dus waarschijnlijk rond 1773 uitgevoerd, en daarna in Mechelen verwerkt, samengevoegd en gestandaardiseerd.
Dit leidde uiteindelijk in 1777 tot de Ferrariskaart met schaal 1:11520. Deze Carte de Cabinet omvat 275 kaarten met een totaal oppervlak van ongeveer 350 m², opgesteld in twee exemplaren. Een eerste Carte de Cabinet belandde via een lange omweg in het Nederlands Rijksarchief in Den Haag. De tweede Carte de Cabinet kwam na een nog grotere omweg bij de Koninklijke Bibliotheek in Brussel terecht; deze versie is voor de heruitgave door Lannoo opnieuw gedigitaliseerd.
Toen tijdens de uitvoering bleek dat de kosten steeds maar hoger opliepen, werd in ruil voor extra budget ook een derde kaart gevraagd. Dit is de zogenaamde Josephinische Landesaufnahme die vandaag in het Oostenrijkse Nationale Bibliotheek in Wenen wordt bewaard. Deze laatste kaart zou de versie zijn gebaseerd op de originele tekeningen opgesteld met de meettafels die landmeters toen voor dit soort job gebruikten, maar dat is enkel een veronderstelling (voor meer info over landmetingen zie ook Bevolkingsreconstructie-klerken-1686-deel-1).
Recent startte Histories een vervolgproject i.s.m. Prof. Bram van Nieuwenhuyze, Universiteit Amsterdam, een specialist in historische kaarten, die ook betrokken is bij het MAP – Mercator museum in Sint-Niklaas. In dit project wordt in het Rijksarchief en andere archieven gezocht naar vermeldingen van de passage van de landmeters / kaartenmakers / ingenieurs die voor het uitvoeren van het project van Graaf de Ferraris op stap gingen. Een zoektocht dit voorjaar leverde maar een beperkt aantal (nieuwe) vindingen, hoofdzakelijk in Parochierekeningen.
De Caertemaeckers van sijne Majesteijt komen langs in Klerken
In de Parochierekeningen van Klerken komen ze wel aan bod. Parochierekeningen voor Klerken zijn beschikbaar bij het RA Brugge; voor de 18de eeuw zijn ze vrij compleet. We lazen o.a. de rekeningen van 1771 t.e.m. 1775, opgebouwd volgens het klassieke patroon met eerst de Uijtsent, gevolgd door de Binnecosten, elk telkens 25-30 dubbele blz. lang. Enkel in de Binnecosten van 1773 vinden we volgende relevante segmenten:



In transcriptie wordt dit:
26v: Betaelt aen den selven (hooftman Pieter de Seck) over —- herbergier tot Clercken over gedaen logement houdt etc(eter)a aen Nicolacijs landen commandant van de wervers met vijf mannen van het regiment van den generael Muray den tijdt van twaelf daegen in januarij 17C vierentseventigh bij cohier ende quittantie de somme van XI sch gr(ooten)
27r: Betaelt aen den selven hooftman (Pieter de Seck) over Joannes Braem officier van Clercken de somme van neghen schellinghen en twee grooten over t’beleeden vijf landtmeters ofte caertemaeckers gheseijdt ingenieurs van haere majesteijt ter selver prochie in de maendt augustus 17C drije entseventigh als bij cohier ende quittantie IX sch II gr(ooten)
Betaelt aen Jacobus de Witte herbergier tot Clercken Smisse over neghen daeghen logement ende tractement
27v: vande voorschreven vijf ingenieurs van haere majesteijt in de maenden julij ende augusti 1773 als bij cohier ende quittantie de somme van een pondt seven schellingen gr(ooten) dus I £ VII sch gr(ooten)
Of in hedendaagse lezing:
Er wordt melding gemaakt van de passage van “ingenieurs van haere majesteijt” die eind juli 1773 aankwamen en verder werkten begin augustus, begeleid door de lokale officier Joannes Braem. Ze verbleven 9 dagen in de herberg van Jacobus de Witte op de wijk de Smisse. De wijk de Smisse ligt dicht bij Klerken Centrum. Dit was de herberg die 100 jaar eerder de Cavaillier werd genoemd, en later herberg de Smisse werd; er rechtover woonde en werkte de smid. Jacobus de Witte baatte die herberg al uit sinds 1734. Hij was ook brouwer en kerkmeester, en ook nog aan de slag bij de molens in de buurt.
1 Augustus 1773 was een zondag. 8 Augustus dus ook, en toen was er, net zoals ook nu nog, de jaarlijkse kermis. Sint-Laurentius wordt gevierd op 10 augustus. Er werd dus waarschijnlijk gemeten eind juli en in de eerste week van augustus. De begeleiding door een officier was niet alleen nuttig om de kleine 20 km wegen ter plaatse te tonen, maar ook noodzakelijk om de ingenieurs te beschermen tegen de boskanterbevolking die ten noorden van het Bos van Houthulst was ontstaan. Die bevolkingsgroep was wars van extern gezag. En dit was niet verbeterd na het bruuske ingrijpen door het Ieperse gezag 15 Jaar eerder, in de zomer van 1758. Het gezag uit de Kasselrij Ieper liet toen 38 van hun huizen verwoesten; 200 bewoners werden toen met hebben en houden op straat had gezet (I. Debruyne, 2025).
In januari 1774 kwam ook een legercommandant “van de wervers” langs in Klerken, met “vijf mannen van het regiment van generael Miray”. Zij bleven zelfs 12 dagen ter plaatse in een (niet vernoemde) herberg, ook op kosten van de parochie. “Wervers” zouden hetzelfde zijn als “ronselaars voor het leger”. Generaal Joseph Murray de Melgum resideerde in die tijd in het kasteel van Rumbeke en was over het hele land soldaten aan het ronselen. Dat gebeurde in 1773-74, en later opnieuw in 1779, bij voorkeur waar veel arme lieden woonden. In Klerken was toen ruim een derde van de bevolking armlastig, vooral de boskanterbevolking.
Er was in Klerken in 1770 een telling gebeurd door de kerk; men telde ongeveer 1100 parochianen (791 ouder dan 14 jaar), waarvan ruim 40% “drie quart uurs van de kercke ende daerboven” woonde, met name de boskanterbevolking (E.I. Strubbe, 1967). Dit aantal was voldoende om naast de pastoor ook een onderpastoor te plaatsen in Klerken. In 1772-73 bouwde men ten zuidoosten van de kerk een ruime kapelaanswoning (ook te zien op de Ferrariskaart); de rekeningen werden door de parochie betaald en staan ook in de Parochierekening van 1773. De onderpastoor, die er intussen woonde, betaalde een jaarlijkse huur.
Het wervers-team heeft waarschijnlijk niks te maken met de Ferrariskaart, maar 12 dagen soldaten ronselen lijkt wel veel voor een bevolking van slechts 1100 personen. Tot zover is in de genealogie Klerken niemand geïdentificeerd, die met de ronselaars naar het leger zou vertrokken zijn. Misschien moesten de “mannen van de generael” ook extra informatie verzamelen voor de meer dan 4000 blz Mémoires die bij de kaart van Graaf de Ferraris werden uitgegeven. De beschrijving van het gebied in de Mémoires is in ieder geval zeer realistisch, en opgesteld van uit militair en logistiek oogpunt. Ze getuigt van goede terreinkennis voor zowel zomer als winter.
Voor wie op het detail let
Klerken staat behoorlijk goed weergegeven op de Ferrariskaart. Bij projecteren op het huidige stratenplan moet slechts matig worden gecorrigeerd. Perfect is het niet, maar toch een goede weergave van wat we bij de reconstructie van de Kaart van Klerken in 1686 vonden, die bij het toen opgestelde Terrier hoort. Het blijft een onbeantwoorde vraag: was er toen nog een kaart die bij dat Landboek hoorde? En hadden de Caertemaeckers van haere Majesteijt daar toegang toe? Mocht dat zo zijn, dan hebben ze goed overgetekend, en dat meteen kunnen nakijken ter plaatse. Maar in deze rekening is daar niks over terug te vinden.
In Klerken hield de hoofdman ook jaarlijks een voor- en een na-schouwing van wegen en beken, deel van het jaarlijks onderhoud. In 1773 werd ook nog steeds gewerkt met het Terrier van 1686 bij het opstellen en corrigeren van de “rolle van ommestellingen” (vandaag de onroerende voorheffing). Gebruikte men ook bij de “schouwing” een kaart beschikbaar bij het Terrier? Of enkel ad hoc werkkaartjes?
In het centrum van Klerken, enkele 100-m van de herberg waar de “ingenieurs” logeerden, zien we één bijzonder verschil tussen de Ferrariskaart en de Josephinische Landesaufnahme, de latere Oostenrijkse kopie ervan. De Ferrariskaart zelf toont het stratenpatroon dat overeenstemt met dat van het Terrier van 1686. De Josephinische Landesaufnahme toont het stratenpatroon zoals het er ook vandaag uit ziet. Dit wijst er op dat deze laatste een update zou zijn van de eerste, niet een kopie van de originele meettafels. Of is dit een indirect bewijs dat men eerst met een bestaande kaart werkte, en dat later heeft gecorrigeerd op basis van eigen vaststellingen? En dit in de twee eerste versies had over het hoofd gezien?

Het Vrijbos wordt met grote precisie op de kaart gezet
De kaart van het Bos van Houthulst zoals op de Ferrariskaart te zien, is veel preciezer weergegeven dan de omgeving. Deze kaart is met redelijke zekerheid opgesteld door kaartmakers die m.b.v. trigonometrie alles met grote nauwkeurigheid hebben uitgemeten. Franse kaartmakers zoals de beroemde Cassini uit de 17de eeuw, en zijn opvolgers daarna waren hier zeer bedreven in. Ze produceerden dan ook hoge kwaliteitskaarten.
Pieter Pourbus stelde in 1571 zijn kaart van het Brugse Vrije op en gebruikte ook trigonometrie om kerken en referentiepunten correct in te tekenen. Schaal van zijn geschilderde kaart was 1:12000, vergelijkbaar met de Ferrariskaart. In tegenstelling tot Pourbus 200 jaar eerder, gebruikte het team van de Ferraris slechts trigonometrie om grote referentiepunten, d.w.z. enkel de belangrijkste steden, correct op de kaart te positioneren. Voor de positie van dorpen was dit niet, of hooguit zeer beperkt het geval. Voor detailopmetingen werd met gewone meettafels, meetkettingen en hoekmetingen gewerkt zoals bij landmeters gebruikelijk was. De Graaf de Ferraris vroeg wel kaarten op bij de Franse administratie, maar kreeg die slechts moeilijk of zelfs helemaal niet te pakken (S. Vervust, 2016).
Ik werk al jaren aan de genealogie van Klerken voor de periode 1600-1920. Hierbij speelt de archiefstudie van de parochie tijdens het Ancien Régime een rol: parochierekeningen, landboeken, kaarten, en andere dossiers. In 2020 publiceerde ik de transcriptie van het “Terrier der prochie van Clercken – 1686”. In 2023-24 reconstrueerde ik de bijbehorende kadastrale kaart m.b.v. QGIS software. Dit gebeurde op basis van het Terrier zelf, vertrekkend vanuit de Popp-kadasterkaart, en met informatie uit oudere kaarten beschikbaar bij het Rijksarchief en de Koninklijke Bibliotheek. Twee kaarten, van 1687 en 1698 tonen extra detail over toenmalige betwistingen van de grens met het Bos van Houthulst, de zuidgrens van de parochie Klerken.

Het bos werd vanaf 1609 door de Kasselrij Ieper bestuurd; Klerken zelf hoorde bij het Brugse Vrije. Het archief van Kasselrij Ieper over het Bos van Houthulst wordt vandaag bij het Rijksarchief Brugge bewaard. Dit beschrijft het beheer van het Bos van Houthulst van 1609 tot 1794. Een detailstudie hiervan resulteerde in mijn publicatie over het ontstaan van de boskantergemeenschap in Klerken tijdens de 18de eeuw, die ook de wisselende definitie van de grenzen van het bos beschrijft (I. Debruyne, 2025).
Het Bos van Houthulst werd over die periode immers keer op keer opnieuw in kaart gebracht al dan niet met groot detail, en met wisselende precisie. Dit gebeurde niet alleen door lokale landmeters, maar ook door de Franse bezetter. Iedere keer deze de Kasselrij Ieper bezette werd het bos geclaimd, en in kaart gebracht. De langste bezetting was van 1678 tot 1713. Het Franse Rijk legde toen meteen een claim op het bos, en eiste grenscorrecties, die al in 1682 werden geconfirmeerd. Eind 17de eeuw werden 81 percelen definitief bij het bos geannexeerd. Dat bleef zo, ook na het vertrek van de Franse bezetter in 1713. Bij het Rijksarchief vinden we een kaart die in detail deze 81 geannexeerde percelen toont (Kaart N°648). De kaart krijgt bij het Rijksarchief als datum 1751-58, en zat in een dossier van de Raad van Financiën van 1768-69.

In het Rijksarchief vinden we nog twee andere, identieke kaarten die een verbeterde versie zijn van bovenstaande kaart. Ze dienden ofwel als bron voor de Ferrariskaart, of ze zijn er een kopie van. Ze tonen het Bos van Houthulst precies zoals dit op de Ferrariskaart is te zien, maar worden wel anders geclassificeerd bij het Rijksarchief .

Kaart N°780 staat geklasseerd als getekend in de 18de eeuw; kaart N°2001 (hierboven) is iets mooier ingekleurd. Deze kaart zat bij een dossier van 1776. Beide zijn tot in het kleinste detail identiek aan elkaar, en hebben enkel Franse toises als schaaleenheid, in tegenstelling tot de Ferrariskaart, die naast een schaal in Franse toises ook een schaal in Brabantse Mijl gebruikt.
Bij het Rijksarchief Brugge is nog een reeks met 59 kaartjes beschikbaar die de indeling van het Bos van Houthulst beschrijven, met het oog op het beheer en het jaarlijkse houtkapbeleid: Perceelsgewijze kaarten van gedeelten van het bos van Houthulst, in het bezit van zijne Majesteit, met het oog op de verkoop van hout van het bos, gemaakt door A. de Haenne en G. van der Ghinst, landmeters, 1755-1780. Rijksarchief Brugge, INV 113 Catalogus van de verzameling kaarten en plannen van het Rijksarchief te Brugge; https://agatha.arch.be/data/images/513/513_0521_000_00399_000/0_0001
Kaart N°648 wordt terecht geïdentificeerd als een Franse kaart. In werkelijkheid is deze kaart waarschijnlijk ouder dan 1751-58, maar eerder van voor of rond 1699 of van de volgende Franse bezetting van de streek van 1744 tot 1747. De ingetekende geannexeerde percelen stemmen overeen met de eerste grenskaarten van 1687 en 1698, en zijn identiek in ligging en oppervlak aan deze op een archieflijst van voor 1700, en met andere archiefstukken van de periode 1720-30 (I. Debruyne, 2025).

De drie kaarten zijn zonder significante vervorming te projecteren op het huidige kadasterplan. Dit is een indirect bewijs dat voor de originele bron moderne cartografische technieken werden gebruikt. De Franse cartografische diensten beheersten dit al eind 17de eeuw, en zeker midden 18de eeuw toen ze de Cassini-kaart produceerden. Cartografisch is dit onbetwistbaar beter dan wat Ferraris op andere delen van de kaart realiseerde. Voor de meeste elementen op de Ferrariskaart moet in alle richtingen worden bijgestuurd om een goede overeenstemming voor detailelementen te krijgen met het huidige kadaster.
Voor wie op het detail let
- Dreven doorheen het bos, en de ligging van het Hof ter Muenicken midden het bos stemmen perfect overeen in de drie kaarten, en vinden we nog deels terug op het huidig kadasterplan.
- Op de Ferrariskaart wordt de bosgrens, inbegrepen de erbij horende 81 geannexeerde percelen van kaart N°648, door een gele stippellijn voorgesteld. Deze grens is exact dezelfde grens weergegeven op kaart N°2001.
- De exacte ligging en oriëntatie van de 81 geannexeerde percelen is licht verschillend op de kaarten; De voorstelling op de Ferrariskaart en op kaart N°2001 stemt best overeen met de realiteit.
- Zowel de Ferrariskaart als kaart N°2001 vertonen een zigzaglijn linksboven (met pijl aangeduid). Deze zigzaglijn stemt op geen enkele manier met de realiteit overeen, ook niet voor de periode voor of na de opmaak van de Ferrariskaart.
Waarom staat Woumen zo slecht op de kaart van Ferraris?
De precisie in de weergave van Klerken staat in groot contrast met hoe het ernaast liggende Woumen is ingetekend. De kerk van Woumen ligt slechts enkele km westelijk van Klerken centrum. Toch staat ze op de Ferrariskaart ruim 500-m van de correcte ligging. Dit is vreemd want de Sint-Laurentiuskerk van Klerken, boven op een heuvel, is een perfect uitkijkpunt over de errond gelegen lagere gebieden. Er is direct zicht op de Sint-Andreaskerk van Woumen en omgekeerd, ideaal voor ingenieurs-kaartmakers en voor trigonometrische opmetingen. Volgens de doctoraatstudie van Dr Soetkin Vervust, is de grote afwijking in Woumen een uitloper van een grote reeks vervormingen die de kaartenmakers onbewust(?) creëerden bij het bij mekaar passen van de ter plaatse opgestelde meetbladen en notities. Op onderstaande figuur uit deze doctoraatstudie zien we dat Woumen inderdaad pal op een hele reeks sterk vervormde grenslijnen van de meettafelbladen ligt.

Besluit: de kaart van Graaf de Ferraris
Er is in de Parochierekening Klerken 1773 een duidelijke verwijzing naar de passage van de kaartmakers van hare Majesteit. De rekening spreekt ook over een team militaire “wervers” in januari 1774. Of deze ook bij dit project betrokken waren is slechts een veronderstelling, geen zekerheid.
Klerken is op de Ferrariskaart vrij correct weergegeven, maar niet met dezelfde cartografische precisie als het grotere Bos van Houthulst, dat aan de zuidelijke grens van Klerken ligt. Straten, beken, molens, de kerk, de pas gebouwde kapelaanswoning, en ook markante boerderijen staan vrij correct ingetekend; stukken bos en percelen zijn zoals overal elders op de Ferrariskaart met enige vrijheid ingekleurd.
De opmetingen van 1686 waren met grote precisie uitgevoerd, zoals we bij het opstellen van een bijbehorende kaart en bij vergelijking met het huidige kadasterplan vaststellen. Wellicht was in de 18de eeuw nog steeds de bijbehorende kaart beschikbaar, en werd die door de ingenieurs van Ferraris als basis gebruikt.
De kaartmakers van Ferraris hadden ook toegang tot kaarten beschikbaar in het archief in Brussel, en zagen wellicht meer kaarten bij hun passage bij de Kasselrij Ieper. Kaart N°648 bij het Algemeen Rijksarchief lijkt de basis voor de voorstelling op de Ferrariskaart, zeker voor de historische bosgrens (zonder de geannexeerde percelen). De grens van de geannexeerde percelen werd wellicht bijgestuurd na controle ter plaatse.
Kaart N°648 is met zekerheid opgesteld vóór 1773-74, wellicht zelfs al omtrent 1700. Kaart N°780 en kaart N°2001, de mooier ingekleurde kopie ervan, zijn ofwel een voorstudie van de latere Ferrariskaart, of een kopie ervan. Dit laatste is wellicht de correcte analyse. Dat zou betekenen dat de periode voor het ontstaan van kaart N°780 in het RA beter gelijk wordt gesteld aan die voor kaart N°2001.
Vandaag kan je ter plaatse bekijken en beleven hoe landschap en bos 250 jaar later veranderd zijn en toch nog kenmerken van toen bewaard hebben.
Referenties
Ignace Debruyne (2020) Terrier der Prochie Clercken – 1686 Landboek met Ommeloper en Verhoofding, inclusief aanvullingen uit 1747 en 1798, Transcriptie en Index, FV Ieper-Diksmuide (https://genealogieklerkenhouthulst.wordpress.com/publicaties-en-documenten/)
Ignace Debruyne (2024) We maken een kaart van Klerken 1686 https://genealogieklerkenhouthulst.wordpress.com/kaart-van-klerken-in-1686/
Ignace Debruyne (2025) Het duistere verleden van het Bos van Houthulst uitgeklaard – Het ontstaan van de boskanterij, de tragedie van het Vrijbos, Westhoek, 41, nr. 2, najaar 2025, 213-276 (http://www.uncius.be/wh7/inhoud)
Mémoires historiques, chronologiques et oeconomiques sur les 24. feuilles du N°6. de la Carte de Cabinet des Païs-Bas autrichiens pour S.A.R. le duc Charles de Lorraine Koninklijke Bibliotheek, https://uurl.kbr.be/1045486 blz 429-448
E.I. Strubbe (1967) Naamlijst van de gezinshoofden te Klerken in 1770, Handelingen van het Genootschap voor Geschiedenis 104(3-4). doi: https://doi.org/10.21825/hvgg.v104i3-4.4306
Soetkin Vervust (2016) Deconstructing the Ferraris maps (1770-1778) : a study of the map production process and its implications for geometric accuracy, PhD Thesis U Gent. http://hdl.handle.net/1854/LU-8028408