Een zeldzame kijk op de bewoners van Klerken in 1578

Er zijn maar een beperkt aantal archiefstukken over de parochie Klerken van voor 1625. Er is de verzameling Wezenregisters / Staten van Goed die aanvangt omtrent 1535 en die loopt tot 1795, met een onderbreking van 1585 tot 1605, de woelige periode van de godsdienstoorlogen in de Zuidelijke Nederlanden. Deze verzameling beschreven we al kort in een eerder bericht “Het startpunt van de bevolkingsreconstructie: de overgang van de 16de naar de 17de eeuw” gepost op . Toen konden we al aantonen dat de bevolking van de parochie Klerken, en van Zarren in die periode voor het grootste deel werd vervangen.

In het Rijksarchief is in de Verzameling van het Brugse Vrije bij de Parochierekeningen van Klerken nog een ouder 16de-eeuws document beschikbaar. Onder de Inventaris van het archief van het Brugse Vrije vinden we “Register betreffende de openbare verpachting van armengoederen te Klerken. 1578” (https://agatha.arch.be/en/data/ead/BE-A0513_101639_100253#I10163910025315824).

De Verpachting Armendis Klerken 1578 kan in transcriptie, samen met het originele document digitaal worden gedownload. De transcriptie in de getoonde versie kan nog steeds verbeterd worden. Aanvullingen en verbeteringen zijn welkom en zullen bij latere updates worden toegevoegd.

Op een elftal bladzijden worden een tachtigtal personen beschreven die ofwel een stuk grond pachten van de Armendis of van de Kerk, ofwel deze pacht “borgen”, wat hier waarschijnlijk betekent dat ze zich hiervoor borg stellen. Vaak gaat het om dezelfde personen die ‘borgen’ en dan nog een ander land pachten. De pacht loopt over een periode van zes jaar, met als eerste vervaldatum “bamisse 1579” (1 oktober 1579).

Eerste pagina van de Armendisrekening Klerken 1578

Bij elke verpachting wordt ook in detail vermeld hoeveel en welke bomen op de “parchelen” staan. Alles bijeen telt men 451 grote bomen en nog wat kleine. Dat zijn dan hoofdzakelijk eiken, oude en jonge, essen, “almen” (olmen), een hazelaar, enkele elzen, en “wulghen” (wilgen). 68 Pachten horen bij percelen met N°1 tot N°86 (in Romeinse cijfers). Verder zijn er nog een tiental andere pachten, sommige buiten de parochie, een in Woumen, een in Veurne Ambacht. De genummerde percelen verwijzen naar een “oud register” waarvan jammer genoeg geen spoor meer terug te vinden is. De verpachte oppervlakken slaan op de percelen zelf, of op een deel ervan. Dat is niet helemaal duidelijk. Dit zijn in principe percelen die door de Dis of de Kerk waren verkregen, en die ze aan de lokale boeren en andere gebruikers verpachten. De aangerekende pacht varieert van enkele schellingen tot tientallen ponden Parisis. Deze pachtinkomsten zijn de middelen die de Armendis kan aanwenden voor ondersteuning van armen en behoeftigen.

Er is geen eenduidige prijs voor de te betalen pacht per gemet. Zoals steeds in het Ancien Régime blijft een pachtprijs een vast bedrag, eenmaal bepaald. Voor elk nieuw te verpachten land wordt telkens een nieuwe pacht aangerekend. In dit systeem zijn de oudste pachten vaak de goedkoopste. Vandaag zien we dit als een wereldvreemd systeem, maar eeuwenlang was dit de regel. Waar ook een hofstede of huis deel is van het gepachte goed wordt verwezen naar een “prijsinghe” d.w.z. raming van de (huur)waarde. Deze wordt uitgevoerd door lokale of externe prijzers. Prijzers zijn net als zetters en hoofdmannen, officiële vertegenwoordigers van de parochie. Ze bleven een jaar in functie, en moesten nadien opnieuw verkozenen en aangesteld worden.

Percelen

Het is moeilijk zoniet onmogelijk om de ruim 70 pachten en percelen, of stukken ervan, met enige zekerheid te identificeren op de huidige kadasterkaart. Voor enkele percelen kunnen we dit wel proberen:

  • Zo is er het perceel XX (N°20) dat toen naast het kerkhof lag. Er stonden zes eiken en olmen. Het perceel werd voor 8 ponden 10 schellingen Parisis gepacht door Bonaventure Savatte, Borghen was Francois Vlaspoel. Het kerkhof lag toen rondom de kerk, net zoals in 1686. In het Terrier van de Prochie van Clercken 1686 ligt in die buurt ook een perceel van 1 gemet groot, eigendom van de kerk. Maar dit perceel N°14 (nummering 1686) lag honderden meters verder weg van het kerkhof, naast de toenmalige weg naar Woumen. Dit kan moeilijk als “an’t kerckhof” worden beschouwd, tenzij men in 1578 wel zo dacht… Waarschijnlijk was de perceelsindeling in 1578 gewoon anders dan wat we later terugvinden.
  • Denijs Bricx pacht in 1578 het grootste perceel XXIII (N°23), namelijk 16:1:75 gemeten groot (net geen 7.5 ha). Deze pacht omvat ook een hofstede. Borghen voor het land was Philips Waermoes, en voor de hofstede Pieter Waermoes. Hier is de pacht vastgelegd op 5 pond 10 schellingen in ’t gemet. Hij betaalt dus 91:04:02 ponden Parisis als pacht voor dit stuk grond. Rogier Waermoes en zijn zoon Jan Waermoes zijn prijsers in 1578. Zij bepalen de waarde van de hofstede op dit 23ste perceel. Op basis hiervan wordt jaarlijks een pacht van 28 ponden Parisis aangerekend voor de hofstede. Dit perceel met hofstede was mogelijk een deel van de latere percelen N°20-25 van het Terrier van 1686, toen ook deels eigendom van de Dis en deels van de familie Bricx.
  • De pastoor, Pieter de Brauwere, gebruikt 3 gemet 75 roeden land (bijna anderhalve ha; geen perceelnummer in 1578). Er staan 80 bomen allerhande, vooral eiken en essen, en ook een kerselaar. Met zoveel bomen op ruim 1 ha lijkt dit eerder op een klein bos; de pastoor was dus niet ook deeltijds landbouwer. In de boomgaard staan uiteraard fruitbomen, niet verder gespecifieerd. We weten dat de pastoor in 1686 woont op perceel N°202 aan de toenmalige Stockstraete (nu nabij Predikboomstraat N°3), met ernaast een boomgaard op perceel N°203. Samen waren die toen 0:2:17 gemet groot (ruim 0.3 ha), veel kleiner dus. Maar dit zou wel een deel kunnen zijn van het perceel van 1578, dat intussen verder zou zijn opgesplitst.
  • Op perceel XXII (N°22) pacht Jan Vercruce 10:00:46 gemet land (circa 4.5 ha), ook met een hofstede erbij. Er staan 15 oude eiken en drie jonge eiken. Borghen voor het land is Cornelis Metsu. De landpacht bedraagt 44 ponden Parisis. Borghen voor de hofstede is Cornelis de Clerck. Deze hofstede en huisinghe wordt ook ghepresen, nu door Cornelis Schoudtheten en Pieter vande Velde. Totale waarde werd bepaald op 96 ponden, en de jaarlijkse pacht werd 13 ponden Parisis.
  • Lambrecht de Fevere pacht 50 roeden land waar t’meulenhuus op staat. Dat is deel van perceel VIII (N°8). Voor zover bekend waren er twee molens in 1578: de Ter Laene molen in de buurt van het latere Ter Smisse (iets noordwest van de huidige Vredesmolen); en de Ter Heist molen, ter hoogte van het latere Terrest. In 1686 staat de Ter Laene molen op perceel N°259 met ernaast op N°258 een perceel eigendom van de kerk. In 1686 stond er ook een (molen)huis. Dit huis is wellicht hetzelfde of een nieuw versie van t’meulenhuus uit de rekening van 1578. In 1686 was perceel N°259 0:2:78 gemet , d.i. 278 roeden groot.

Tot zover de twee grote percelen, en enkele percelen met extra informatie. Correcte ligging van deze percelen is meer giswerk dan zekerheid. Dit is nog veel meer zo voor de tientallen kleinere percelen. Zonder dat “oud register” is dit gewoonweg onoplosbaar. In totaal wordt ruim 101 gemet verpacht, dat is ongeveer 45 ha, 4.5 % van de toenmalige parochie. Dit is iets minder dan de 5% oppervlak dat ruim 100 jaar later (deels) in het bezit is van de Kerk en de Armendis. In 1578 is dit verdeeld over een 70-tal percelen; in 1686 zijn dat er net geen 100.

Bomen, bos

Op de meeste percelen staan bomen, de rekening zelf komt op een totaal van 451 grote en nog wat kleine bomen (in de transcriptie komen we aan 460, grote en kleine bijeen). Dat is 9 volgroeide bomen per ha, of eigenlijk meer, want sommige stukken zijn enkel land, meers of maaigras. Het is onduidelijk waarom deze bomen hier worden opgesomd, maar het bevestigt in ieder geval dat men aan kwaliteitsvolle bomen veel waarde hechtte. Het bevestigt ook dat in de 16de eeuw het landbouwlandschap nog bezaaid was met tientallen bomen, en bos, die er al decennialang stonden. Men beschrijft in hoofdzaak oude en jonge eiken, essen en olmen. Daarnaast ook specifiek waar jonge bomen staan. Doel is blijkbaar deze bomen te inventariseren, zodat geen enkele pachter die voor eigen opbrengst op de markt kan brengen. In latere rekeningen worden ook effectief eiken en andere bomen door de Kerk gevaloriseerd. Waarschijnlijk staan die “borghen” wel borg voor het behoud van de bijbehorende bomen.

Volgens de rekening is de totale opbrengst “van landen” 364 pond en 4 schellingen Parisis. In de transcriptie komen we op een veel hoger bedrag; bijna het dubbel. Het is onduidelijk waar deze grote afwijking vandaan komt, maar huizen en sommige andere opbrengsten werden misschien anders verrekend. Wat er met de opbrengst gebeurde staat niet in deze rekening. Dit is enkel de inkomstenrekening, misschien slechts een kladversie. Het document staat behoorlijk tot in ieder hoekje volgeschreven, en het is ook niet ondertekend, en evenmin extern gevalideerd.

Personen en familienamen

De rekening beschrijft niet alleen percelen. Veel interessanter is de reeks personen die erin worden vernoemd. We tellen 83 personen. Een deel met een familienaam die ook na 1600 nog in Klerken of omgeving wordt gevonden; de meesten eenmalig in deze lijst en na 1600 weg uit de streek. De lijst spreekt enkel over pachters en borghen. Dat zijn dus vooral landbouwers. Met hun familie erbij komt dit al op circa 400 personen. Ze hadden waarschijnlijk ook nog personeel. Er woonden daarnaast waarschijnlijk nog enkele vaklui (smeden, timmerman, strodekker, enz). De Armendis zorgde ook nog voor de behoeftigen. Het totale bevolkingsaantal van Klerken in 1578 was dus hoger, wellicht 600 of iets meer.

We bekijken de namenlijst van 1578 in meer detail. We beginnen met familienamen die we later nog in Klerken of omgeving terugvinden.

  • Silvester Bavele was niet de enige Bavele in Klerken in de tweede helft van de 16de eeuw. Volgens de Wezerijakten van Klerken en Zarren zijn er in die periode heel wat Bavele overleden in Klerken en nog meer in Zarren. Maar geen van die akten verwijst naar deze Silvester Bavele. In 1640-45 vinden we ook heel wat Bavele terug in de Monsterrollen van Klerken en Zarren. Ook daarna zet deze familie zich verder in de streek.
  • De familienaam Bricx komt in de 16de eeuw meermaals aan bod in de Wezerijakten van Klerken en Zarren. Denijs en Maeliaert Bricx horen in 1578 bij de grotere landbouwers. Hun familie blijft actief in Klerken en omgeving, ook nog in de 17de eeuw. In die tijd worden ze meer actief als grondbezitter. Er is o.a. Christiaen Bricx met afstamming in Vladslo en Woumen via zijn zonen Dierick en Pauwels Bricx. Deze Pauwels Bricx heeft meerdere lijnen afstamming in Klerken tot midden 17de eeuw, maar ook afstamming in Woumen en Esen. Catharina en Anna Maria Bricx, twee dochters van Dierick Brickx huwen met lagere adel en trekken naar de stad. Domina Anna Maria Brickx is in 1686 mede-eigenaar samen met de Armendis en met Jacques Costenobel van een tiental percelen (samen ruim 12 ha), met grote waarschijnlijkheid deels de percelen die in 1578 al door Denijs Bricx worden gepacht. Dat zou een directe familieband kunnen verklaren. Ze bezit in 1686 ook nog een halve ha bos in Klerken. Een zekere Symphoriaen Bricx bezit in 1686 nog 5 andere percelen land in Klerken (een kleine 5 ha). Al midden 16de eeuw is er in de wezenregisters een verband tussen de famlilie Bricx en de familie Wouterman, die ook in de streek blijft wonen (zie verder).
  • De familienaam Depoortere komt van de de 16de eeuw tot ruim in de 18de eeuw veelvuldig aan bod in de Wezerijakten van Klerken en Zarren. Ook Lauwers de Poortere uit deze rekening van 1578 komt er in voor. In 1560 is hij voogd van de kinderen van de overleden Joos de Poortere. Lauwers de Poortere was volgens deze akte Esenlaat (laat van Esen Ambacht). Hij was een zoon van Lennaert de Poortere. Hij en zijn naamgenoten liggen aan de basis van de vele familietakken de Poortere in de erop volgende eeuwen in Klerken, Zarren en ruime omgeving.
  • Jan de Vos hoort waarschijnlijk bij de familie de Vos die in de 16de eeuw in Zarren woont volgens de Wezerijakten van Klerken en Zarren. In 1640-45 staan meerdere naamgenoten op de Monsterrollen van Woumen en Zarren. In 1686 is Petrus de Vos de landmeter die het Terrier opstelt en ondertekent. Deze familie neemt dan ook al functies in het bestuur van Esen. Petrus de Vos getuigt ook nog op het aardappelproces in 1723; hij is dan 80 jaar oud. Een tak in Woumen wordt midden 17de eeuw Dominus genoemd, een titel die enkel de betere burger ten goede komt. Een tak van de familie woont in Klerken tijdens de 17de eeuw.
  • De afstammelingen van Jan van Duwyere of in latere spelling vande Wiere scheren minder hoge toppen. We vinden ze niet direct in Klerken, wel eerst in Woumen, later ook in Esen en Zarren. Een afstammeling huwt met een de Vos en gaat in Klerken wonen. Ook deze familie is bijna steeds actief als landbouwer.
  • In 1578 was er ook een familie Metsu (Messu) actief in Klerken, in dit document met Cornelis Metsu. In de 16de eeuw vinden we deze familie nog enkel in Woumen en Merkem.
  • Lauwers Meyngheer hoort ook bij een stam die diepe wortels heeft in het Klerken van de 16de eeuw. In de 17de eeuw vinden we ze maar occasioneel in Klerken zelf. Maar er is een ruime afstamming in Zarren en omgeving. De weerkerende voornaam Victor wijst indirect op een verband met de Meyngheer van de 16de eeuw in Klerken. Maar deze Lauwers Meyngheer vinden we alleen in dit document.
  • Bonaventure Savatte uit 1578 heeft in 1645 een naamgenoot Anthone Savate die present is bij de Wapenschouwing in Woumen. Deze Anthonius Savate was gehuwd met een Francisca. Zij overleed in Woumen in 1678, hij in Klerken in 1682. Of deze Anthone Savate een afstammeling is van Bonaventure Savatte uit 1578 is onduidelijk. Van Anthone Savate is een kleine afstamming bekend in Woumen.
  • De familie Waermoes is goed vertegenwoordigd in 1578, met Jan Waermoes de jonge, Roegiers Waermoes en zijn zoon Jan Waermoes, en verder nog Philips en Pieter Waermoes. Ze zijn prijzer, staan borg en pachten stukken land. Volgens de Wezerijakten van Klerken en Zarren zijn er twee Jan Waermoes, de eerste zoon van Jan, de tweede zoon van Rougier. Ze werden allebei voogd, de eerste in 1556, de tweede in 1564. Rougier Waermoes overlijdt zelf voor half februari 1577, maar dit kan ook een naamgenoot zijn. In 1640-45 vinden we nog enkele Warmoes in de Monsterrolen van Klerken en Woumen. In 1643 is Pieter Warmoes kerkmeester in Klerken. Hij was in 1605 in Woumen geboren; als zoon of kleinzoon van een van de twee Jan Warmoes hiervoor? die gehuwd was met Janneken Lasyn. Hij overleed volgens de Wezerijakten op 2 mei 1647 in Klerken. Daarna verdwijnt deze familie bijna helemaal uit Klerken. In 1686 is de familie wel nog eigenaar van een drietal percelen, waarvan een met een hofstede; deze worden verpacht aan derden. Verdere Warmoes afstamming is er vooral in Woumen, wat minder in Esen.
  • Gillis Wallaert is de enige met die familienaam in dit document. In de periode 1625 tot 1643 is een zekere Joos Wallaert ontvanger, dismeester, pachter, notabele in Klerken, en ook aanwezig bij de Weerbare mannen in de Monsterrollen. Er zijn dan nog familiegenoten in Klerken; hoe ze aan elkaar en aan deze Gillis Wallaert zijn verbonden is onduidelijk. In de tweede helft van de 17de eeuw verdwijnt deze familienaam in Klerken. Correcte analyse wordt moeilijk omdat de naam occasioneel terugkomt als Willaert, en soms ook zo blijft..
  • We vinden vier leden van de familie Wouterman in de lijst: Adrianus Wouterman, de weduwe van Gillis Wouterman en haar zoon Joos Wouterman, en diens zoon Pauwels Wouterman. Volgens de Wezerijakten overleed Joos Wouterman op 25 december 1582. Hij was gehuwd met Janneken Vermeersch. De familie Wouterman, vaak ook vernoemd als Outerman heeft na 1600 nog verdere afstamming in Klerken, maar nog meer in Esen en Woumen. In Klerken verdwijnt de naam volledig kort na midden 17de eeuw. Ze hebben er ook geen land in bezit in 1686.

Tot zover de personen waar enig verband mogelijk lijkt. We vinden nog andere familienamen terug in de ruimere omgeving:

  • Gillis en Pieter van Loo hebben geen afstamming in Klerken of nabije omgeving in de volgende eeuwen. We vinden deze familienaam wel terug in de Westhoek zelf. Enig verband is niet direct aantoonbaar
  • Voor meerdere zeer courante familienamen is reconstructie van eventuele afstamming begin 17de eeuw niet zinvol. Cornelis de Clerck, Lambrecht de Fevere, Jan Huyghe, Gheeraert vande Capelle, Adriaen de Zelschotter, Pieter vande Velde, Meens van Acker, Maelen van Daele, Joos vanden Berghe, Gillis vanden Broucke, Joos Vermeersch (de weduwe), Antheunis Vlamynck, en Niclaeys Walyn hebben allemaal naamgenoten in latere jaren in Klerken en nabije omgeving.
  • Claeijs en Fransoys Valcke hebben een mogelijke nakomeling in Klerken in 1640-45. Jan Valcke ontvangt dan onkosten voor verbruik van de notabelen bij hem thuis. Hij is ook telkens present bij de Wapenschouwingen. Maar na die data is er geen spoor meer van Valcke’s in Klerken.
  • Idem voor Fransoys Temmerman. In de 17de eeuw zijn er wel enkele Timmerman die in Klerken huwen en wonen, maar dat is bijna 100 jaar na 1578.

En tenslotte is er nog de grote groep met een familienaam die grotendeels of helemaal uit de streek verdwijnt: Jan Anys, Hendrijc Badins, Jan (de) Burggrave (overlijdt in Klerken voor25 juli 1582, hij was gehuwd met Margriete fa. Joos de Clercq; er waren vier kinderen met voogden in Leffinge en Keiem), de kinderen Jan Byese (in Vladslo en verder), Joos Canne (zie verder), Fransoeys Cauwe, Jan (de) Coene, pastoor Pieter de Brauwere (geen afstamming), Jan de Grote, Jacob de Gruer, Adrianus de Ronde, Fistel en Steven de Weevere, Jan Donckerclocke, Joos Doosterlyc (Oosterlinck) (in Zarren, en verder); Joos Elyaes (in Zarren en verder), Joos Helackere (in Elverdinge, Vlissegem), Joos Herman(s), Maillaert Heyns, Adriaen Honnekyn (ook Hennekin) (Esen, Woumen); Jan Joriaen (?); Jacob Lippens; Jan Ore (Gits?); Jacob Pyere (Pieren) (in Vladslo, en verder); Jan fs. Louis Ryckeman; Jan Schipman (Westhoek); Cornelis  Schoudtheten (Lo, en verder); Jan van Lokere; Roelandt van Prieme (Prieme); Pieter van Roeye; Andries van Ruthem (Beerst?); Christiaen van Ysackere (in Esen, en verder); Lauwers vande Kemmel (Woumen, Esen), Michiel vander Haeghe; Jan vander Lye en Jan fs. Pieter vander Lye (= Verleye?); Jan Vercruce; Jan Verleyen; Jan Verluere; Claeys Vermeulen; Gillis Veroost: (= Verhoest?); Joos Vervoort; Fransois en Victor Vlaspoel (zie hieronder); Joos Voolen.

Migranten, emigranten

Veel van deze namen verdwijnen grotendeels uit de nabije omgeving. Soms komen ze wat verder terecht. Twee namen springen er uit, en emigreerden vermoedelijk op het einde van de 16de eeuw (voor een spreiding in de 17de eeuw, zie kaartjes hieronder, gegenereerd via Geneanet:

  • Canne is een familienaam die nu ruim gespreid is over vooral Frankrijk, België (in Brabant en verder), Nederland (met een concentratie in Zeeland), en Engeland (East-Anglia en Cornwall). De naam is origineel Frans, maar was in 1578 al enkele generaties in Klerken. Blijkbaar is deze familie tijdens de godsdiensttroebelen weggetrokken uit de regio Klerken; naar Zeeland en Engeland?.
  • Dit is ook zo voor de nog meer exclusieve familienaam Vlaspoel. Ook deze familie was goed vertegenwoordigd in het Klerken van 1578. Begin 17de eeuw vinden we nog een dochter gehuwd in Kaaskerke, en een korte afstamming in Lo, waarna de familienaam in West-Vlaanderen verdwijnt. De familienaam verschijnt wel in de buurt van Gouda in Nederland, en migreert dan in de 18de eeuw verder via Amsterdam doorheen Nederland. Vandaag vinden we nog Vlaspoel in Maastricht-Roermond, en in Amsterdam. Nederlandse genealogen verwijzen naar West-Vlaanderen voor de origine van de Vlaspoel en Vlaspool die er vandaag wonen.

Besluit

Deze lijst van de Armendis van Klerken met landerijen die in 1578 werden verpacht is een bron van informatie. De verpachte landerijen waren iets minder in aantal dan 100 jaar later, maar vooral veel rijker aan kwaliteitsvolle bomen waarvoor de pachters of hun collega’s borg stonden. De parochie Klerken was in 1686 nog erg bosrijk, maar ruim 100 jaar eerder, in 1578, was dat duidelijk nog veel meer zo.

Hoewel we de percelen niet echt kunnen identificeren is de informatie over de bewoners, samengebracht met informatie uit de Wezenregisters van Klerken en Zarren van de 16de eeuw zeer leerrijk. De toenmalige bevolking van Klerken kan geraamd worden op 600 personen, wellicht iets meer. Dit was vooral een landbouwersbevolking met landbouwhelpers, zoals we ook in 1686 terugvinden bij de studie van het Terrier en de bijbehorende bevolkingsreconstructie.

De betere families, zeker deze met gronden in eigendom, bleven in Klerken en nabije omgeving actief als landbouwer in de volgende eeuw. Ze kwamen later vaak terecht in aanpalende gemeenten. Voor de kleine helft van de lijst van ruim 80 personen vinden we in de 17de eeuw en vaak tot in de 18de eeuw naamgenoten in Klerken of nabije omgeving.

Voor de grote helft namen is dat niet zo. We vinden in het beste geval soms naamgenoten in de verdere omgeving: de Westhoek, of richting zee, of in het Brugse. Voor een belangrijk deel wordt helemaal geen verdere afstamming gevonden, ook niet buiten het huidige West-Vlaanderen.

Voor twee opvallende familienamen lijkt emigratie het juiste antwoord. We vinden al in de 17de eeuw naamgenoten Canne in Zeeland en Engeland. De naamgenoten Vlaspoel komen dan al exclusief in Nederland terecht waar ze via Gouda, in Amsterdam en Limburg gaan wonen. Beide families waren voor 1578 al minstens meer dan een generatie actief in Klerken. Ze waren er geen grondbezitters, waarschijnlijk enkel actief als landbouwer.

De emigratie van een deel van de lokale bevolking is hiermee nogmaals bevestigd. Het groot aantal andere ontbrekende familienamen wijst erop dat dit wellicht veel grotere proporties had aangenomen. Herbevolking van Klerken kon aanvangen eind 16de – begin 17de eeuw.


Een reactie op “Een zeldzame kijk op de bewoners van Klerken in 1578”

Geef een reactie