We maken een kaart van Klerken in 1686

De transcriptie van het Terrier der Prochie van Clercken – 1686 publiceerden we in 2020 samen met FV Ieper Diksmuide. Dit Landboek bevat de gedetailleerde beschrijving van percelen, met oppervlak, ligging en gebruik, de pachters en eigenaars, en de fiscale verhoofding. De bijbehorende kaart was er misschien ooit, maar is in ieder geval niet meer beschikbaar.

Vorig jaar gaven we hier een overzicht van hoe we historische kaarten kunnen projecteren op het huidige kadasterplan. Dit kan met gebruik van de kaartensoftware QGIS. De oefening van vorig jaar is nu in meer detail verder gezet. Het is de bedoeling om een zo correct mogelijke kaart op te stellen, met het landgebruik en de bewoning zoals beschreven in dit Terrier der Prochie van Clercken – 1686.

Deze gereconstrueerde kaart wordt het sluitstuk bij de Bevolkingsreconstructie Klerken 1686, die we de laatste twee jaar op deze blog in ruwe versie presenteerden. De uitgave van een eindversie hiervan is wat uitgesteld, mede door het werk aan de bijbehorende kaart. Maar, zodra deze kaart beschikbaar is in een bruikbare vorm, kan deze samen met de finale versie van de Bevolkingsreconstructie Klerken 1686 gepubliceerd worden.

In deze aflevering stellen we de gevolgde werkwijze voor: hoe komen we tot een kaart die zo correct mogelijk aansluit bij de beschrijving in het Landboek van 1686? Basisstelling is dat percelen slechts weinig veranderen over de eeuwen heen; het is immers onroerend goed. Percelen worden opgesplitst (verkaveld), soms samengevoegd of herschikt (herverkaveld). Wegtracés veranderen ook, zij het beperkt; er komen eerder wegen bij dan er verdwijnen. Terug in de tijd verwachten we dus dit proces in omgekeerde richting. We kunnen dus de oude Landboek-informatie combineren met meer recente kaarten en zo een representatieve kaart die hoort bij het Landboek proberen op te stellen.

In een eerste deel beschrijven we hoe we een bruikbare versie van latere kaarten klaarmaken. We geven ook wat meer achtergrond over de keuzes die we hierbij moeten maken. In een tweede deel tonen we de eerste resultaten van de reconstructie van de kaart Klerken 1686, inclusief het inkleuren van percelen. Deze nieuwe kaart omvat vandaag al 63 van de 1022 beschreven percelen. De geïdentificeerde percelen liggen allemaal tegen de zuidelijke rand van de toenmalige parochie, dus aan de noordzijde van het toenmalige Bos van Houthulst.

De vergelijking met de latere Ferrariskaart, en de nog recentere Popp-kadasterkaart geeft intussen ook al indicaties over waar en hoe de boskanter-bevolkingsgroep zich aan deze bosrand ging vestigen. Maar dit vergt een meer gedetailleerde studie voor we hierover berichten. We zien dus ook al een mogelijke spin-off van deze kaartoefening. Kort samengevat: deze studie brengt waarschijnlijk ook nieuw inzicht in het ontstaan van de boskanterij. Maar dat en hopelijk nog andere verhalen volgen later.

Het georefereren van historisch kaarten op het kadasterplan

Zoals vorig jaar al beschreven sluiten enkel de meer recente historische kaarten goed aan bij het huidige kadasterplan. De Popp-kadasterkaart van 1846 blijkt het meest geschikte startpunt. Op Geopunt is dit een van de historische kaarten die we in beeld kunnen brengen, naast bvb ook de Ferrariskaart van 1774. De gepresenteerde projecties zijn prima voor algemeen gebruik. Maar voor meer precieze kartering is het noodzakelijk met de relevante detailkaart(en) te werken. Deze kunnen we dan zo goed mogelijk via georefereren op het huidige kadasterplan projecteren. Voor de Popp-kadasterkaart kan dit met een relatief eenvoudige mathematische correctie. De Poppkaart is dus wel degelijk een precieze voorstelling, een waardige voorloper van het huidige kadaster.

Maar als we oudere kaarten gaan gebruiken, is de projectie veel minder rechtlijnig, eerder integendeel. Zo blijkt al snel dat bvb de beroemde Ferrariskaart toch maar een rudimentaire voorstelling geeft van de toenmalige situatie. Wegen en grote referentiepunten zoals kerken, molens, bruggen enzovoorts staan er wel redelijk correct op; toch voor wat Klerken betreft. Maar percelen zijn over het algemeen ingevuld met dichterlijke vrijheid. Vrij snel blijkt dat deze percelen op geen enkele manier overeenstemmen met wat later in kadasterplannen te zien is. Grote stukken bos en land zullen er wel min of meer correct op staan, maar het blijft onduidelijk of bvb kleinere percelen bos of andere streekelementen echt waren als voorgesteld. Percelen zijn dus zo goed als nergens correct ingetekend. Het blijft dan ook maar een vraag of ook de huizen en andere bebouwing, die buiten de centra liggen, ook correct zijn weergegeven op de Ferrariskaart.

Tenslotte zijn er nog landmeterskaarten. Zo is er bvb een vrij gedetailleerde kaart uit 1644 van het Bos van Houthulst opgesteld door landmeter de Bersaques uit Kortrijk. Ook zijn er twee landmeterskaarten uit 1687 en 1698, opgesteld door J. Ryckewaert, de landmeter van dienst; deze bevatten mogelijke grenscorrecties aan de rand van het Bos van Houthulst. Deze landmeterskaarten zijn telkens geschematiseerd, al was het maar om op het blad te doen passen. Daarom kunnen ze enkel met gedetailleerd georefereren op het huidige kadasterplan worden geprojecteerd.

De Poppkaart

De Poppkaart voor de gemeente Klerken is gepubliceerd in 1846. Ze omvat twee kaarten (Plan parcellaire de la commune de Clercken : avec les mutations):

  • Kaart 1: Secties A, B, C, en E die overeenstemmen met de vroegere Parochie Klerken zoals beschreven in het Landboek van 1686 en in latere documenten;
  • Kaart 2: Sectie D, het deel van het toenmalige Bos van Houthulst dat kort ervoor bij Klerken werd gevoegd (het bos werd vanaf 1829 geprivatiseerd, en over verschillende gemeenten verdeeld).

De Poppkaart van 1846 kan met georefereren vrij makkelijk op het huidig kadasterplan worden gepast. Hierbij gebruiken we het “polynoom 1” rekenmodel dat de beste match berekent zonder verdere vervorming. Het eindresultaat toont slechts minieme afwijkingen over het hele plan gespreid. Deze verschillen zijn zo te herkennen en niet relevant voor het verdere werk. Het illustreert onmiddellijk hoe goed de perceelgrenzen van 1846 aansluiten bij de perceelgrenzen vandaag.

Het heeft ook weinig zin een perfecte match te berekenen; dit zou enkel kunnen met gebruik van eindeloos veel referentiepunten. Na berekening zouden de bijbehorende perceelsgrenzen hierbij systematisch worden kromgetrokken. Dit is het laatste wat men wenst. Een kaart tekenen met rechte lijnen is stukken makkelijker dan met kromme lijnen. En de percelen op zowel de Popp-kadasterkaart als in het huidige kadasterplan zijn ook in het echt hoofdzakelijk met rechte lijnstukken voorgesteld.

Wat we op de Poppkaart vinden als percelen, is in het huidige kadasterplan significant meer opgesplitst en deels herverkaveld. Herverkaveling compliceert de interpretatie, maar was vóór 1846 zeer beperkt, en dus van veel minder doorslaggevend belang. Let hiervoor bvb op de twee wegtracé-aanpassingen die we nog niet in de Sectiegrenzen terugvinden:

  • Linksboven is de weg naar Woumen in 1846 nog niet verlegd;
  • Ten zuiden van het centrum is het huidige kruispunt van Dorpstraat, Predikboomstraat, Smissestraat en Stokstraat in 1846 wel al aangepast
  • Centraal is ook het wegtracé van de Torhoutstraat nog niet rechtgetrokken in 1846
  • Maar er is mogelijk wel al een veranderde ligging van het Mosselstraetje in sectie C en het Zeugstraetje in Sectie E.

Maar in 1846 was er wel al een zeer groot aantal percelen opgesplitst in vergelijking met de toestand in het Landboek van 1686. De legger bij de Popp-kadasterkaart beschrijft in totaal 3309 percelen. 118 percelen liggen in Sectie D. We zullen dus 3191 percelen van 1846 moeten reduceren naar 1022 percelen van 1686; en waar nodig perceelsgrenzen aanpassen.

De Ferrariskaart uit 1774, en zijn equivalent de Josephinische Landesaufnahme uit 1763-87

De Ferrariskaart uit 1774 en de Josephinische Landesaufnahme uit 1763-87 zijn prachtige werken, de eerste gepubliceerd als boek met gebundelde kaarten, de tweede als een set afzonderlijke kaarten. Maar, zoals hoger beschreven, zijn ze verre van een perfecte weergave van de toenmalige realiteit. De Ferrariskaart is ook op Geopunt te bekijken als laag boven op het huidige kadasterplan, maar we moeten wel een betere projectie creëren om ze bruikbaar te maken voor de kaartreconstructie. Dit kan niet met het eenvoudige rekenmodel “polynoom 1” of zijn iets complexere varianten. We krijgen wel vrij snel een goede match via het “Thin Plate Spline”-algoritme dat aangeduide punten exact op het gevraagde kadasterpunt plaatst en de nodige vervorming tussen de aangeduide wolk van punten berekent.

Voor Klerken Centrum zijn slechts beperkte aanpassingen nodig om de ligging van wegen te doen overeenstemmen met wat we nu op het kadasterplan zien, en waar we zeker zijn dat dit ook een historisch correct tracé is. Dit is ook het geval voor sommige van de andere wegen die erop staan, maar in de praktijk is dit dus allemaal snel opgelost voor Klerken zelf.

De gebruikte detailkaart (een gedetailleerde download van Geopunt) omvat ook een ruimer gebied buiten Klerken, met name delen van Woumen, Esen, Zarren, het hele Bos van Houthulst, Staden, en Langemark. Vooral voor Woumen blijken significant grote correcties essentieel: zelfs op Geopunt staat de kerk nog steeds 500 m van waar ze echt zou moeten staan (Geopunt gebruikte blijkbaar een eenvoudig algoritme bij het georefereren). De georeferencing op Arcanum, de website van de Oostenrijkse Geografische Dienst waar de Josephinische Landesaufnahme van de Nederlanden digitaal kan worden aangekocht, zou op 200-m precies zijn uitgevoerd. Maar ook daar zien we de foute ligging van Woumen kerk en centrum.

Dit is dan wel de grootste afwijking. in het stuk dat we bestuderen. Met gebruik van de “Thin Plate Spline”-algoritme kunnen we het centrum van Woumen en wat errond ligt gelukkig wel goed op het huidige kadasterplan projecteren.

Op die manier worden zowel de Ferrariskaart uit 1774 als de Josephinische Landesaufnahme uit 1763-87 na georefereren best bruikbaar. Maar welk van beide is de eerste keus?

Gebruiken we de Ferrariskaart of de Josephinische Landesaufnahme?

Nadere vergelijking maakt duidelijk dat de Ferrariskaart het origineel moet zijn. De Josephinische Landesaufnahme is waarschijnlijk een kopie van enkele jaren later. Dit is voor Klerken enkel merkbaar aan het kleine verschil bij het kruispunt aan de huidige Dorpstraat, Predikboomstraat, Smissestraat en Stokstraat (vergelijk de beide detailplaatjes hierboven). Op de Josephinische Landesaufnahme zien we de toestand die we ook vandaag zien. Op de Ferrariskaart en in het Landboek van 1686 vinden we de oudere toestand. Deze aanpassing werd blijkbaar uitgevoerd kort na 1774. Deze beperkte tracéwijziging is ook makkelijk te herkennen aan de perceelstructuur te zien op de Popp-kadasterkaart.

De Ferrariskaart heeft als origineel daarom de voorkeur.

Problemen met de bosgrens op de Ferrariskaart

Op de Ferrariskaart, en ook op de Josephinische Landesaufnahme, vinden we meer zuidelijk een bijzonder profiel van de bosgrens. Deze bosgrens is significant verschillend van de realiteit vandaag, of van deze op de Popp-kadasterkaart. Het is zeker ook niet de grens van 1686 of kort erna, en evenmin die van 1644. De getoonde bosgrens is wel een exacte kopie van wat op een een oudere, niet-gedateerde (Franse) kaart staat, die ook beschikbaar is bij Cartesius, de kaartenwebsite van de Koninklijke Bibliotheek (we vinden er twee bijna identieke versies, met name Figuratieve kaart van het domaniaal bos van Houthulst en Melane 1701 – 1800, en Figuratieve kaart van de bossen van Houthulst en Milane 1750 – 1776) .

Deze kaart van het Bos van Houthulst dateert van begin of midden 18de eeuw, en was wellicht het resultaat van de aanhoudende discussies over de bosgrens, die al kort na het opstellen van het Terrier der Prochie van Clercken -1686 begonnen. We veronderstellen dat de kaart toen, of later bij een volgende bezetting door Frankrijk, werd opgesteld (rond 1700-1710 of rond 1744-49).

Wat er ook van zij, er is iets fundamenteel fout met de bosgrens op deze kaart en op de Ferrariskaart. Op de overzichtskaart (zie lager) zien we bosgrenscorrecties aan alle zijden van het bos. Hier bespreken we uitsluitend de toenmalige grens met Klerken. Daar zien we al ruim voldoende verschillen met de grenscorrecties op eerder opgestelde landmeterkaarten. Deze landmeterskaarten uit 1687 en 1698 zijn zelfs heel makkelijk op het huidig kadasterplan te projecteren (zie lager). Ze zijn daarom alleen al een veel correcter weergave van de echte grens van het bos, waarlangs in de18de eeuw de boskanterij ontstond. Bijkomend bewijs hiervoor volgt in het verhaal dat beschrijft hoe boskanters wel degelijk deze grenscorrecties respecteerden toen ze aan de rand van het bos gingen wonen.

Maar eerst het historische werk van de toenmalige landmeters dus.

Het Bos van Houthulst in 1644

Landmeter Lowys de Bersaques uit Kortrijk stelde in 1644 een eerste getrouw plan op van het Bos van Houthulst. Bedoeling was toen al het bos te privatiseren (Kaart van het bos van Houthulst (’t Bosch van oudt Hulst). 1644 – 1644). Dat zou in 145 partijen gebeuren. Van dit privatiseren kwam toen, net als in de volgende 185 jaar, weinig terecht, dit ondanks de herhaalde plannen. Het bos werd pas geprivatiseerd in 1829, en dit proces werd pas decennia later, na 1846, afgerond.

De kaart van landmeter de Bersaques heeft als extra waarde dat ook al de toenmalige bosgrens en de bijbehorende namen van de “balies” rondom het bos er op staan. We vinden er ook de namen van beken, vijvers en dreven, waar van toepassing.

Na georefereren krijgen we het correcte plaatje. Zoals hierboven te zien, was de bosgrens aan de noordzijde, waar deze aansluit bij de Parochie Klerken, vrij lineair, behalve de vierkante uitstulping linksboven. We kunnen in QGIS ook meteen het oppervlak berekenen van het toenmalige staatsbos: ongeveer 1870 ha groot. Dit is al groot, maar het echte bos was nog ongeveer 300 ha groter, als we ook de private bossen meetellen, die aansloten bij het Vrijbos. We vinden deze private bossen vooral aan de W- en NW-zijde, waar het latere Jonkershove komt. Maar we zien ook nog grote stukken aan de noordzijde, dus aan de bosgrens met de toenmalige parochie Klerken.

De bosoppervlakte bleef grotendeels constant tot de privatisering 185 jaar later. Maar ook toen verdween alles niet meteen; dit gebeurde pas als gevolg van de rampzalige destructie tijdens de Eerste Wereldoorlog. Vandaag is het Bos van Houthulst nog ongeveer 310 ha groot. Het grootste deel daarvan is militair domein, inbegrepen de ruim 25 ha gebouwen en legerinstallaties midden het nieuwe bos. Het huidige bos is dus zeven, zelfs acht maal kleiner dan wat het ooit was. En slechts 70 ha hiervan is publiek toegankelijk; dat publieke deel is dus slechts 3-4 % van wat het Vrijbos en zijn annexen ooit was.

Maar we onthouden de vrij lineaire noordelijke bosgrens met aan het NW een vierkante uitstulping van 1644.

Andere landmeterskaarten van 1687 en 1698

Een deel van die “private” landerijen en bossen ten noorden van de bosgrens in 1686 werden onmiddellijk na het opstellen van het Landboek van 1686 betwist. Dit weten we uit andere bronnen.

  • Het Terrier zelf bevat aanvullende informatie uit 1747 en 1798, met erbij behorende eigenaars, en vooral, waar relevant, al de toenmalige opsplitsing. Deze extra informatie omvat occasioneel ook een verbeterde kadastrale meting, en dus soms oppervlaktecorrecties. Betwiste percelen worden in de aanvullingen van 1798 systematisch als “Fransch lant” geklasseerd.
  • Verder vinden we bij de Koninklijke Bibliotheek ook twee grootschalige kaarten met grenscorrecties van 1687 en 1698 (Kaart van de landerijen gelegen langs het bos van Houthulst te Klerken. 1687 – 1687 RAB, Kaarten en plannen, nr. 33. Kaart met landerijen gelegen langs het bos van Houthulst te Klerken, tussen de “Verloren Goet” en de “Buschbaillie“, die op bevel van de koning van Frankrijk opnieuw aan het bos werden toegevoegd, gemaakt door J. Ryckewaert, …; “Caerte figuratyve van alle de landen gheleghen langst den busch van Outhulst geseyt het Vrije busch binnen der parochie van Clercquen“. J. Ryckewaert, beëdigd landmeter, 1698.). Deze twee kaarten zijn gedetailleerd, en min of meer op schaal. Ze zijn ook vrij rechtlijnig getekend, zodat ze op een lang stuk papier passen.

We focussen hier op deze twee bosgrens-kaarten van 1687 en 1698, beide opgesteld door landmeter J. Ryckewaert. De kaart van 1687 bevat ook een extra nota met enige bewonersinformatie van de hand van J. van Steenberghen, een gezagdrager binnen het Brugse Vrije. De kaart van 1698 is vrij gelijkend, met kleine verschillen in de extra informatie over eigenaars/pachters. Er zijn ook minieme verschillen in de tekening met de betwiste percelen, en de plaatsing van huizen en de Terrest-molen. Maar het lijstje met deze 17 betwiste percelen is identiek, en omvat alles bijeen 103-0-57 gemeten land, dus ongeveer 45.5 ha land, hoofdzakelijk bos, die uiteindelijk bij het bos worden gevoegd, en dus als eigendom van het staatshoofd worden beschouwd. Klerken verloor hierdoor bijna 5% van de belastbare grond.

Deze grenscorrectie was aangestuurd door de Franse bezetter die in die periode vanuit de Kasselrij Ieper het hele bos in beheer had, en er dus alle belang bij had het bos zo ver mogelijk noord uit te breiden ten koste van het niet bezette Brugse Vrije. De grens tussen het Brugse Vrije en de Kasselrij Ieper liep wel dwars door het bos; maar het beheer was al tientallen jaren door het Brugse Vrije uitbesteed aan de Kasselrij Ieper. Het resultaat van deze discussies werd vastgelegd in een overzichtskaart die niet gedateerd is, maar die we dus ook in exacte kopie terugvinden in de latere Ferrariskaart.

Het probleem met deze kaart is dat ze, voor wat Klerken betreft, helemaal niet overeenstemt met de landmeterskaarten van 1687 of 1698. Dat is vooral te zien aan de NW-zijde waar we in 1644 de vierkante uitwas aan het bos zien; dit is nu een zigzaglijn geworden die helemaal niet met de werkelijkheid overeenstemt. En er zijn nog meer afwijkingen aan de N-zijde. Kortom wat we op deze kaart zien en bijgevolg ook op de Ferrariskaart stemt niet overeen met de realiteit. De landmeterskaarten van 1687 en 1698 zijn wel correct en werden in de volgende 150 jaar ook in die vorm gerespecteerd.

Tot zover het voorbereidend werk. Even samenvatten:

  1. Basis is het huidige kadasterplan zoals te vinden op Geopunt
  2. Beste oude kaart is de Popp-kadasterkaart van 1846, waarvoor een gewone projectie bruikbaar is. Ze bevat 3191 percelen (van in totaal 3309, inclusief Sectie D Bos van Houthulst)
  3. In het Landboek van 1686 is de bosgrens vrij lineair zoals al in 1644 beschreven door landmeter Lowys de Bersaques
  4. De grenscorrecties op de landmeterskaart van 1687 (landmeter J. Ryckewaert) sluiten het best aan bij deze latere Popp-kadasterkaart, en ook bij de landmeterskaart met het Bos van Houthulst in 1644
  5. De Ferrariskaart en andere kaartjes van de periode 1700-1800 zijn enkel bruikbaar voor grotere elementen (kerk, molens, huizen en hofsteden), en straattracés.
  6. Het is wel niet helemaal duidelijk of de Ferrariskaart echt goede informatie bevat over waar huizen en hofsteden precies stonden.
  7. En dit alles moeten we combineren met informatie in het Landboek van 1686.

Hoe komen we tot een kaart van Klerken in 1686?

Genoeg materiaal om met de beschrijving va de percelen in het Terrier der Prochie van Clercken – 1686 te beginnen aan een kaart die erbij hoort. Basis wordt dus de Popp-kadasterkaart van 1846 met voor Klerken 3309 ingetekende percelen. Heemkunde West-Vlaanderen faciliteerde enkele jaren geleden het project West-Vlaanderen verpoppt, waarbij alle kadastrale leggers op gestructureerde wijze in Excel-sheets werden ingevoerd en dubbel gecontroleerd. Dit West-Vlaamse project sloot aan bij het bredere Poppkad project van de KBR onder leiding van het Queteletcentrum van de Universiteit Gent, dat alle andere Popp-leggers digitaliseerde. Voor de handgeschreven West-Vlaamse Popp-leggers kon dit niet met OCR technologie; dit was dus handwerk.

Deze Excel-bestanden bevatten alle gegevens per perceel: niet alleen oppervlak, eigenaar en bijbehorende belasting, maar ook een beschrijving van het gebruik en de eventuele soort bebouwing. Voor dit project mocht ik gebruik maken van dit Excel-bestand met de Kadastrale Legger voor Klerken in 1846. Waarvoor dank.

Het intekenen kostte enig weken tijd. Het resultaat met ingetekende percelen ziet er zo uit:

Voor elk perceel kunnen we, indien nodig, het “informatieveld” in beeld brengen. Op het voorbeeld hierboven de informatie over perceel Sectie E N°804:

  • Perceel N°804 hoort bij Sectie E, en is deel van
  • Art N°264 in de Legger;
  • De berekende oppervlakte is 210718 m², hetzelfde dus als de 210640 m² die we in de Popp-legger terugvinden;
  • Eigenaar is de instelling van de Domeinen; en
  • Het perceel is in 1846 geklasseerd als “Bos”.

De 3191 percelen moeten dus worden gereduceerd tot 1022. Opsplitsing van percelen in 1846 zien we vooral in verschillende clusters rond het Centrum, aan de Smisse, en vooral bij het latere Hoogkwartier met ten westen ervan de latere Pierkenshoek-wijk, en ten oosten overlopend in het naburige Zarren, de latere wijk Terrest. Maar in 1686 is dat helemaal anders, en zijn er niet 4-500 huizen, in Klerken, maar slechts 140, waarvan slechts een zeer klein aantal in de onderste helft (Sectie C en E).

Werkwijze bij het toewijzen en intekenen van percelen voor Klerken 1686

In het Terrier vinden we een beschrijving van elk perceel. Een vrij compleet voorbeeld is hier onder weergegeven:

Transcriptievoorbeeld, ook te vinden op blz 5 van de transcriptie “Terrier der Prochie van Clecken – 1686″ uitgegeven bij FV Ieper-Diksmuide in 2020

Landmeter Pieter de Vos, die het Terrier opstelde, wandelde zigzaggend over de acht Houcken, zodat opeenvolgende percelen ook bij elkaar aansloten. Voor elk perceel werd zowel de vorm van het perceel beschreven, als de bijbehorende afmeting en het type gebruik. Ook werden telkens de aansluitende percelen of wegen of andere referentiepunten vermeld in volgorde O-Z-W-N; ook eventuele toponiemen staan vermeld.

Bij de transcriptie van het Terrier konden we al meerdere percelen met redelijke zekerheid identificeren. Ook werd toen al vastgesteld dat de beschreven straten vrij volledig overeenstemmen met huidige straattracés, met enkele minieme uitzonderingen. Let wel: straatnamen zijn niet meer allemaal dezelfde als in 1686; sommige zijn opgesplitst in meerdere straten, sommige straatnamen worden nu gebruikt voor andere (nieuwe) straten. Maar het is duidelijk dat alle percelen die grenzen aan een straat of straatje, of die grenzen aan een aanpalende gemeente, of aan het Bos van Houthulst hierdoor makkelijker te positioneren zijn.

We hebben zelf de 1022 percelen, dus het volledige Terrier, in een Excel-spreadsheet ingevoerd, zodat we al deze informatie, en ook de ligging, voor zover bekend, heel snel kunnen nakijken. Deze spreadsheet is in zekere zin de Legger van het Terrier, vergelijkbaar met de latere Legger bij de Popp-kadasterkaart. Het Terrier vermeldt 193 eigenaars en 141 pachters/gebruikers. Om snel opzoeken in deze spreadsheet te vergemakkelijken werd voor elk van deze een 4-lettercode opgesteld, al dan niet aangevuld met een extra letter (v voor vidua/weduwe; k voor kinderen, enz). Dus net als bij de Popp-legger hebben we een volledige en exacte Legger met perceelinformatie die bij het Terrier hoort. Dit soort codering maakt het later ook mogelijk percelen naar eigenschap, of eigenaar of wat dan ook in te kleuren.

Tijdens de reconstructie van de kaart wordt ook deze informatie rechtstreeks aan de geïdentificeerde velden gekoppeld, zodat we ook voor deze een “informatieveld” in beeld kunnen brengen.

Voldoende elementen dus om met de reconstructie te beginnen, en percelen liggend tussen deze ijkpunten of -grenzen te bewaren voor later. We beginnen met percelen grenzend aan het Bos van Houthulst.

Een eerste versie van de kaart van Klerken in 1686

Zoals hierboven besproken, zijn de meest correcte historische kaarten de landmeterskaarten van 1687 en 1698. Deze beschrijven de zuidkant van de toenmalige parochie, Houck 7 en 8 in het Terrier der Prochie van Clecken -1686 in 1846 stemmen deze overeen met Sectie C en E . In 1686 woonden daar ook mijn verre voorouders Debruyne, namelijk op perceel N°1012. Een dubbele motivatie dus om met dit deel te beginnen. Het eerste resultaat ziet er zo uit:

En hierbij hoort volgend “informatieveld” bvb voor dit perceel N°1012 dat bij het Verlooren Goet ligt

  • Ligging in Houck 8 perceel N°1012
  • Afmeting in gemeten-lijnen-roeden (g-l-r) is 40-0-38 (basis is een Brugse roede van 14.7456 m²; een lijn is dan 1474.56 m², en een gemet 4423.68 m²)
  • Dit stemt theoretisch overeen met een oppervlak van 177508 m², wat op de kaart 172136 m² wordt, 3% afwijking op een perceel van ruim 17 ha , maar niet relevant voor deze reconstructie (de helft van deze fout komt doordat wegen in het Landboek met aanpalende percelen werden mee gemeten; de overige meetfout bestuderen we nog)
  • Eigenaar is PADC, d.i. Jonker Pauwels du Satelle (in 1798 wordt dit zijn nakomeling Mr. Duchatel uit Ieper )
  • Pachters zijn PIDB en JADB, dit zijn mijn stam-vader Petrus de Bruijne en zijn broer Jan de Bruijne, beiden zoon van Jan de Brune senior, jubilaris, die eerder in 1681 overleed, en van Joanna le Claire, jubilaris, die in 1683 overleed.
  • Op het perceel vinden we: land, 3 huizen, een hof, een boomgaard, zaailand, vijvers en veld.

De drie huizen zijn weergegeven als oranje gekleurde blokjes. De vijvers waren toen bekend als de Wilde vijvers. We positioneerden de huizen voorlopig aan de noordzijde van het perceel, omdat we op de Ferrariskaart deze (of recentere) huizen op die positie zien staan aan het einde van de toenmalige Stockstraete. Maar er zijn even goede argumenten om ze wat centraler op te stellen op de plaats waar ook nu nog een huis straat (Stokstraat N°74). De toenmalige Stockstraete liep in 1846 ongeveer tot dit punt (in detail te zien op de Popp-kadasterkaart).

We zien ook een huis op perceel N°1014, waar hun broer Clays de Bruijne woonde in het huis genaamd Cleen Blancheval. Clays de Bruijne pachtte ook nog de percelen N°1015 en N°126 (gelegen in Houck 1).

Ten oosten van perceel N°1012 ligt het grote perceel N°1007. Dit was toen 50-51 ha groot, en eigendom van het Clooster van Gallileijen binnen Ghendt. Het werd gepacht door Livinus de Meyer, die in 1689 Hoofdman van Klerken werd, en toen al het bos op de zuidelijke helft van dit perceel wilde rooien. Dit was de grootste landbouwuitbating in het Klerken van 1686, met 5% van het totale oppervlak. In 1846 is de zuidelijke helft van dit perceel eigendom van de Domeinen, en nog steeds bos. De bovenste helft was al in meerdere percelen gesplitst en in privaat bezit. De hofstede op perceel N°1007 was in 1686 gekend als de Grote Brasserie en is hier ingetekend zoals op de Ferrariskaart te zien is. Het huisje in de NO-hoek van het vierkante perceel in de onderste helft van perceel N°1007 is overgenomen van de Landmeterskaart met de grenscorrectie van 1687 (zie hoger). Het is onduidelijk of dit huis er in 1686 ook echt stond; het staat in ieder geval niet vermeld in het Landboek. Van dit huis is ook later niets meer terug te vinden.

We zullen hier niet alle percelen en de weinige huizen die erop staan bespreken. Dit neemt te veel plaats en is voor later. Met deze eerste percelen hebben we wel al 160 ha van de 1024 geïdentificeerd (15-16% van de totale oppervlakte).

Conclusie

We hebben al 63 percelen geïdentificeerd en ingetekend,. Hier en daar bestaat nog enige onzekerheid over de perceelsgrenzen. Voor zover mogelijk werden telkens (combinaties van) percelen op de Popp-kadasterkaart gebruikt. Dat lukt vrij goed voor de meeste percelen; maar er zijn enkele uitzonderingen. Het is duidelijk dat, als we verder werken met intekenen van percelen langs straten, straatjes, en parochiegrenzen, vrij snel een representatieve kaart zullen krijgen van Klerken in 1686.

Hier nog eens de overeenkomst met de Popp-kadasterkaart en met de kaart van landmeter J. Ryckewaert uit 1687. De overeenstemming is meer dan voortreffelijk. En met wat kleur zien we de inkleuriung va land en bos, met, naar de oostkant, het grote rechthoekige perceel bekend als het bos genaamd het Gentse Leen.


Geef een reactie